‘Wat kunst tot kunst maakt is dat ze de werkelijkheid beschouwt vanuit dimensies die vreemd zijn aan de werkelijkheid’
Dick Raaijmakers
Na mijn scholing in de disciplines grafiek, schilderkunst en monumentaal waren
het met name ‘dingen’ die ik maakte.
Zintuiglijk verifieerbare
hoedanigheden van zeer uiteenlopende
materie, maar altijd tastbaar en aanwijsbaar.
In mijn praktijk ontdekte ik al snel dat er vooraf aan het moment van ‘gestalte geven’ een proces vooraf ging, het z.g. ‘organiseren’. Dit ‘organiseren’ ging o.a. over specifieke materialen, over bepaalde condities en tradities, zowel ruimtelijk, functioneel als sferisch van aard. Het ‘gestalte geven’ kwam pas daarna tot stand, dit als een uitkomst van de verkozen gesteldheden.
Zo zijn voor het maken van een simpele tekening vooraf een aantal
condities vereist. Bijvoorbeeld papier, potlood en vlakgom. Misschien ook nog een vlakke ondergrond,
dit om te voorkomen dat de structuur van de ondergrond terug komt in de tekening. Daarnaast ook een goede zit, om los van lichamelijk ongemak je langdurig te kunnen
concentreren en bijvoorbeeld ook nog een dak boven je hoofd, dit om je te vrijwaren van directe weersinvloeden op papier en op de lijn van je potlood. En bezit je geen potlood, geen probleem, dan kun je iets anders organiseren, bijv. een doosje afgebrande lucifers.
En als papier ontbreekt schrijf je, net als in culturen elders, gewoon met je vinger in vlak gestreken aarde.
Kortom, keuzes die je maakt inzake materiaal,
condities en tradities blijken in alle gevallen van belang te zijn voor de wijze waarop ‘gestalte geven’ uiteindelijk een vorm krijgt. De keuzes die je maakt zijn niet alleen van belang voor de vorm maar zeker ook voor mogelijke betekenissen die toegekend (kunnen) worden aan ‘het ding’ dat je schept. Eerst bestond het niet, dan plots manifesteert ‘het ding’ zich. Verschijning vraagt de beschouwer direct om betekenis. Hoe vrijblijvend of hoe voorlopig van aard ook, ‘het ding’ inviteert de beschouwer permanent tot duiding.
In de zoektocht naar betekenis van ‘het ding’ realiseerde ik mij dat er vooraf aan het ’gestalte geven’, in het
prille stadium van conceptie, ook al sprake was van beeld,
dit in de vorm van het z.g. denkbeeld. Ook dat beeld, hoe ongedefinieerd van aard nog, draagt als denkbeeld op het moment van conceptueel besef direct vorm. Of dat
nu binnen de grenzen van de eigen denkwereld ligt of summier in een toevallig verhaal of in een vage schets, ‘dat wat zich voordoet’ vraagt continu om gestalte. Wij lijken aan die denkbeeldenwereld continu gestalte te geven.
Is het (denk-)proces in al deze wisselende
verschijningsvormen ook niet langzaam tot ‘ding’ geworden? De vraag is of we dat zichtbaar kunnen maken?
concept vreemd gaan
creatoren (ver-)beelden intimiteit
gestalte geven
vreemd zijn aan de werkelijkheid
cultcreatie Zwolle
stille warmte valt over mij heen
cultcreatie Hengelo
gooit al het wereldse achter zich
cultcreatie Deventer
een mooie serene sfeer aan tafel
cultcreatie Enschede
Ik heb wat met handen
een no(ti)tie
vooraf gaan aan feitelijke situaties
Pro WVNC®
als economie geen drijfveer is
ProPFSE®
schoonheid bestaat niet
NACHTZWART®
de geoefende nachtzwartganger
DECULTIVEREN®
decult durfzorg & decult design
ID DECULT®
De herverbeelding van Nederland

Gestalte geven

Een proeve?